ECLI:NL:HR:2001:AD5362
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing van art. 153 lid 2 Faillissementswet bij homologatie van schuldsaneringsakkoord
In deze zaak stond de uitleg van artikel 153 lid Pro 2, aanhef en onder 1°, van de Faillissementswet centraal, in verbinding met artikel 338 lid Pro 2. De Rechtbank te Utrecht had een akkoord in een schuldsaneringsregeling gehomologeerd, ondanks het verzet van De IJssel die stelde dat de baten des boedels de som van het akkoord aanmerkelijk te boven gingen.
De rechtbank en het Gerechtshof Amsterdam oordeelden dat de 'baten des boedels' moesten worden begrepen als het saldo van de boedel op het moment van aanbieding van het akkoord. De IJssel voerde aan dat de baten dynamisch moesten worden opgevat, inclusief de verwachte toekomstige baten gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling.
De Hoge Raad stelde dat de wettelijke definitie van boedel ook toekomstige baten omvat die tijdens de schuldsaneringsregeling worden verkregen. De beperkte uitleg van het hof was in strijd met de strekking van de wet om schuldeisers te beschermen tegen benadeling door akkoorden. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing, waarbij de toekomstige baten moeten worden meegewogen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor herbeoordeling terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij toekomstige baten moeten worden meegewogen.