ECLI:NL:RBDHA:2016:5842
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beëindiging rechtmatig verblijf op onjuiste grondslag in vreemdelingenrecht
Eiser, een Indiase nationaliteit dragende vreemdeling, was gehuwd met een burger van de Unie en had rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, aanhef en onder e, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder beëindigde dit verblijf op basis van een vermoeden van schijnhuwelijk en onjuiste gegevensverstrekking.
De rechtbank oordeelt dat het besluit tot beëindiging berust op een onjuiste grondslag, omdat verweerder erkent dat eiser geen onjuiste gegevens heeft verstrekt of achtergehouden. De relatie tussen eiser en zijn echtgenote was echter feitelijk verbroken per 1 december 2013 en juridisch gescheiden per 15 januari 2015, waardoor het rechtmatig verblijf niet langer kan worden aangenomen.
Eiser stelde dat hij rechtmatig verblijf zou moeten behouden als werknemer, maar de rechtbank stelt dat de vereiste duur van het huwelijk niet is vervuld om deze status toe te kennen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het rechtmatig verblijf wordt vernietigd, met in stand laten van de rechtsgevolgen.