ECLI:NL:RBDHA:2016:5843
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Guinese minderjarige wegens ongeloofwaardig relaas
Eiser, een minderjarige met de Guinese nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel na de moord op zijn vader, die politiek actief was. Hij stelde dat hij na deze gebeurtenis gevangen werd genomen en ternauwernood wist te ontsnappen. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het relaas.
De rechtbank voerde een volledig onderzoek uit en concludeerde dat hoewel eisers identiteit en nationaliteit geloofwaardig waren, zijn verklaringen over de moord, gevangenneming en ontsnapping inconsistent en ongeloofwaardig waren. Zo was onduidelijk waarom hij niet ter plaatse werd vermoord, waarom zijn zusje werd gespaard, en hoe zijn ontsnapping mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de minderjarigheid van eiser voldoende was betrokken bij de beoordeling, maar dat dit de ongeloofwaardigheid van het relaas niet wegneemt. Ook was onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer in Guinee geen adequate opvang had.
Gelet op deze feiten concludeerde de rechtbank dat eiser geen gegronde reden had om vervolging te vrezen en dat het beroep ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig relaas.