Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 mei 2016 in de zaak tussen
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,
Procesverloop
Het onderzoek ter zitting van de enkelvoudige kamer heeft plaatsgevonden op3 februari 2016. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, mr. D.C.F. van Noort. Tevens is verschenen J. Lakja, tolk.
Het onderzoek ter zitting van de meervoudige kamer heeft plaatsgevonden op11 maart 2016. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens is verschenen N. Sulaiman, tolk.
Overwegingen
13 oktober 2015 naar voren dat de aard van het geweld in deze stad anders is dan in de gebieden waar gestreden wordt door en tegen ISIS. Het geweld dat in Bagdad-stad plaatsvindt, heeft doorgaans niet tot doel om bepaalde gebieden onder controle te krijgen, en de Iraakse overheid en de sjiitische milities bieden tot op zekere hoogte een veiligheidsstructuur.
13 oktober 2015, betreft het informatie uit rapporten die als bron bij de totstandkoming van dat ambtsbericht zijn betrokken dan wel verschilt die informatie niet wezenlijk van hetgeen in het eerder genoemde ambtsbericht is gerapporteerd.
(C-465/07), waarin het Hof heeft overwogen dat hoe meer de verzoeker eventueel het bewijs kan leveren dat hij specifiek wordt geraakt om redenen die te maken hebben met zijn persoonlijke omstandigheden, hoe lager de mate van willekeurig geweld zal zijn die vereist is opdat hij in aanmerking komt voor subsidiaire bescherming, treft geen doel. Gelet op het voorgaande heeft verweerder eisers persoonlijke omstandigheden betrokken bij de beoordeling of aan eiser een vestigingsalternatief in Bagdad kan worden tegengeworpen. Niet is gebleken van omstandigheden die verweerder niet of op onjuiste wijze heeft betrokken.