ECLI:NL:RBDHA:2016:6720
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis asiel wegens ontbreken gezinsband
Eiseres, met de Eritrese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis asiel. De referent, haar ongehuwde partner, heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gekregen. Verweerder wees de mvv-aanvraag af omdat geen sprake was van een feitelijke gezinsband of een aan huwelijk gelijk te stellen relatie.
De rechtbank stelt vast dat eiseres en referent niet gehuwd zijn en nooit samenwoonden. Verweerder baseerde zich onder meer op schriftelijke verklaringen van de referent waarin werd aangegeven dat zij nog studeerden, bij hun ouders woonden en geen gezamenlijke huishouding voerden. De rechtbank volgt dit standpunt en oordeelt dat de relatie niet gelijkgesteld kan worden met een huwelijk of partnerschap dat tot gezinsband leidt.
Verder overweegt de rechtbank dat bij nareis asiel geen toetsing aan artikel 8 EVRM Pro plaatsvindt, tenzij voldaan wordt aan specifieke wettelijke vereisten. De klacht over schending van de hoorplicht faalt omdat het horen achterwege mocht blijven gezien de onwaarschijnlijke kans op een ander besluit.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet behoort tot het gezin van de referent.