Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
4.Bewijsoverwegingen
nietvan doorslaggevende betekenis is voor het bewijs dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, concludeert de rechtbank dat de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] in voldoende mate steun vindt in ander bewijsmateriaal en niet als beslissend (solely or to a decisive extent) omtrent de rol van de verdachte bij het ten laste gelegde moet worden beschouwd. Het gebruik van deze verklaring voor het bewijs tegen de verdachte levert aldus geen schending op van artikel 6 EVRM Pro. Het verweer van de raadsman wordt derhalve verworpen.
toe-eigeningheeft weggenomen een hoeveelheid geld ten bedrage van 7.731,10 euro, toebehorende aan [betrokkene 1] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en [betrokkene 4] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
- het beknopte reclasseringsrapport van Reclassering Nederland d.d. 3 juni 2015, opgesteld door [deskundige 2] (reclasseringswerker) onder supervisie van [deskundige 3] ;
- het beknopte reclasseringsrapport van Reclassering Nederland d.d. 14 augustus 2015, opgesteld door [deskundige 1] (reclasseringswerker) onder supervisie van [deskundige 3] ;
- het NIFP rapport d.d. 9 november 2015, opgesteld door [deskundige 4] , GZ-psycholoog.
8.De inbeslaggenomen goederen
9.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
10.De toepasselijke wetsartikelen
11.De beslissing
3 (drie) jaren;
onttrokken aan het verkeerhet op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten:
teruggave aan de verdachtevan het op de beslaglijst onder 2 genummerde voorwerp, te weten:
teruggave aan de rechthebbende [betrokkene 1]van het op de beslaglijst onder 5 genummerde voorwerp, te weten:
hoofdelijkom tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan
[betrokkene 1] ,een bedrag van
€ 40,-;
€ 40,-ten behoeve van het slachtoffer genaamd
[betrokkene 1] ;
1 dag;