Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 mei 2016 in de zaak tussen
de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Het daaropvolgende beroep bij de rechtbank is ongegrond verklaard en deze uitspraak is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) bevestigd.
In de verslagen van de nader gehoren van de huidige asielaanvraag blijkt niet dat eiser niet in staat zou zijn een enigszins coherent asielrelaas af te leggen. Er is veel aandacht besteed aan de vraag hoe eiser zich voelde en daar is bij herhaling naar gevraagd. Tijdens het tweede nadere gehoor is een forse pauze ingelast. Eiser heeft niet aangegeven dat het gehoor niet meer ging vanwege medische klachten en ook uit zijn antwoorden blijkt niet dat het voortzetten van het gehoor niet mogelijk zou zijn geweest. Uit de rapportage van iMMO kan evenmin worden opgemaakt dat eiser helemaal niet gehoord zou kunnen worden. Uit de rapportage van iMMO blijkt niet dat eisers psychische problemen en zijn laagbegaafdheid eraan in de weg zouden staan dat hij over de kern van zijn relaas, namelijk de homoseksuele gerichtheid, niet zou kunnen verklaren. Verweerder heeft in voldoende mate gemotiveerd dat de vage, onaannemelijke en tegenstrijdige verklaringen van eiser over dit meest cruciale onderdeel van zijn asielrelaas aan hem kunnen worden tegengeworpen. De beroepsgrond van eiser dat te weinig rekening met hem is gehouden tijdens de gehoren, slaagt dan ook niet.