ECLI:NL:RVS:2011:BU6098
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake medisch onderzoek en asielprocedure bij opvolgende aanvragen
De zaak betreft een hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die bepaalde dat de minister een medisch onderzoek had moeten aanbieden aan een vreemdeling bij haar tweede asielaanvraag. De minister had de aanvraag van 15 februari 2011 afgewezen en het beroep van de vreemdeling was in eerste aanleg gegrond verklaard.
De Raad van State overweegt dat artikel 3.109 van het Vreemdelingenbesluit 2000 een rust- en voorbereidingstermijn van zes dagen voorschrijft voor eerste asielaanvragen, waarin ook een medisch onderzoek wordt aangeboden. Bij opvolgende aanvragen geldt deze termijn niet, en bestaat geen verplichting tot het aanbieden van een medisch onderzoek op grond van deze bepaling. Wel blijft de minister gehouden aan een zorgvuldige besluitvorming volgens artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad stelt vast dat de minister in deze zaak geen aanleiding had om een medisch onderzoek aan te bieden, mede omdat de vreemdeling onvoldoende medische informatie had verstrekt. Daarnaast oordeelt de Raad dat de minister terecht het asielrelaas van de vreemdeling niet geloofwaardig acht vanwege tegenstrijdigheden en het ontbreken van bewijsstukken. Ook de klacht over onvoldoende motivering van het besluit wordt verworpen.
Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de voorzieningenrechter vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. De minister heeft niet onzorgvuldig gehandeld en de motivering van het besluit is voldoende. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.