Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2016 in de zaak tussen
[eiser 1] , te [woonplaats 1] , en
[eiser 3], te [woonplaats 2] , eisers
het college van burgemeester en wethouders van Katwijk, verweerder
Procesverloop
[eiser 2] zijn verschenen, bijgestaan door de gemachtigde van eisers. Namens eisers is tevens verschenen [persoon 3] , verbonden aan [bedrijf] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Overwegingen
Ingevolge artikel 3, tweede lid, van de Verordening vraagt het college, voordat het over de aanwijzing een besluit neemt, advies aan de monumentencommissie. Een zaak wordt beoordeeld op de volgende criteria: architectuurhistorische waarde, cultuurhistorische waarde, zeldzaamheid, gaafheid, ensemblewaarde en stedenbouwkundige waarde
Ingevolge artikel 3, vierde lid, van de Verordening valt, indien de zaak een gebouw betreft, zowel interieur als exterieur onder de bescherming.
Omdat de rechtbank het beroep, voor zover eisers zich op het standpunt stellen dat er ten onrechte geen vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase heeft plaatsgevonden, gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eisers het door hen betaalde griffierecht vergoedt.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, doch enkel voor zover daarbij geen vergoeding van de kosten in bezwaar is toegekend;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers voor zowel de bezwaar-en beroepsfase tot een bedrag van € 1.984,-;
- bepaalt dat verweerder aan eisers het door hen betaalde griffierecht van € 168,- vergoedt.