ECLI:NL:RBDHA:2016:7283
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar tegen informatiebeschikking wegens termijnoverschrijding
Eiser maakte bezwaar tegen een informatiebeschikking die was opgelegd wegens het niet voldoen aan administratieve verplichtingen voor diverse belastingjaren en aangifteperioden. De informatiebeschikking was het gevolg van een boekenonderzoek en zichtwaarnemingen door de Belastingdienst.
De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het bezwaar, omdat het bezwaarschrift buiten de wettelijke termijn was ingediend. Eiser stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat hij pas later op de hoogte was van de beschikking en door de Belastingdienst was geïnformeerd dat bezwaar niet meer mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de informatiebeschikking op de juiste wijze was ontvangen, waardoor de termijn pas begon te lopen vanaf de ontvangst door de boekhouder van eiser op 10 juli 2015. Het bezwaarschrift was echter pas op 11 oktober 2015 ontvangen, wat te laat was.
Verder vond de rechtbank dat eiser geen voldoende rechtvaardiging had gegeven voor de termijnoverschrijding, mede gezien de professionele bijstand door een boekhouder die bekend was met de bezwaarprocedure. De stelling dat verweerder had aangegeven dat bezwaar niet meer mogelijk was, werd niet gevolgd. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift is ongegrond verklaard wegens niet tijdig ingediend bezwaar.