ECLI:NL:RBDHA:2016:7626
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonvaststelling WW-uitkering na wijziging Dagloonbesluit per 1 juli 2015
Eiseres, voormalig docente met twee dienstverbanden, betwistte de hoogte van haar WW-uitkering gebaseerd op een dagloon dat volgens haar onjuist was vastgesteld door toepassing van het gewijzigde Dagloonbesluit per 1 juli 2015.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het dagloon correct heeft berekend volgens de geldende regelgeving, waarbij het totale loon in de referteperiode wordt gedeeld door 261 dagen. Eiseres stelde dat deze berekeningswijze leidt tot een onrechtvaardige verlaging van de uitkering en strijdig is met het loondervings- en equivalentiebeginsel van de WW.
De rechtbank volgt deze stelling niet en wijst erop dat de wetgever bewust heeft gekozen voor deze systematiek om een gemiddelde loonberekening te hanteren, wat een redelijke weerspiegeling van het welvaartsniveau geeft. Ook erkent de rechtbank dat de wetgever nadelige gevolgen voor bepaalde groepen onderkent en reparatiewetgeving voorbereidt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de rechtbank respecteert de door de wetgever gemaakte keuzes in het Dagloonbesluit. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van het dagloon voor de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard.