ECLI:NL:CRVB:2012:BY4335
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Herziening dagloonberekening bij foutieve WW-uitkering in WIA-uitkering
In deze zaak gaat het om de berekening van het dagloon waarop de WIA-uitkering van betrokkene is gebaseerd. Appellant heeft het dagloon vastgesteld op €152,34, waarbij een terugbetaald bedrag aan ten onrechte ontvangen WW-uitkering als negatief loon is meegenomen. De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard en het besluit vernietigd omdat het meenemen van deze vordering leidt tot een onjuiste weerspiegeling van het welvaartsniveau van betrokkene.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de dagloonberekening volgens de hoofdregel van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen moet worden uitgevoerd, waarbij het historisch genoten loon als uitgangspunt geldt. Volgens appellant is het niet aan de rechter maar aan de wetgever om eventuele onbedoelde effecten van deze systematiek te corrigeren.
De Raad overweegt dat het dagloon een redelijke weerspiegeling moet zijn van het welvaartsniveau van betrokkene bij het intreden van het verzekerde risico, zoals ook blijkt uit eerdere jurisprudentie en de memorie van toelichting bij Walvis. Het meenemen van een foutieve vordering die leidt tot negatief loon is onaanvaardbaar en doet afbreuk aan de verzekeringsgedachte van de Wet WIA. De Raad concludeert dat appellant artikel 2 van Pro het Besluit in verbinding met artikel 13 van Pro de Wet WIA onjuist heeft toegepast.
De Centrale Raad van Beroep draagt appellant op binnen zes weken het gebrek in het besluit te herstellen en een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 23 november 2012.
Uitkomst: Appellant wordt opgedragen het besluit over de dagloonberekening te herzien vanwege onjuiste toepassing van de wet.