ECLI:NL:RBDHA:2016:822
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op strafrechtelijke ontruiming kraakpand door Staat
Eisers, waaronder [eiseres sub 1], wonen sinds oktober 2015 in een pand dat eigendom is van HTM Railinfra B.V. HTM heeft hen verzocht het pand te verlaten, maar zij zijn gebleven. HTM deed aangifte van kraak bij het Openbaar Ministerie, waarna de politie een ontruimingsbrief stuurde met een aankondiging van strafrechtelijke ontruiming.
Eisers vorderden in kort geding een verbod op de strafrechtelijke ontruiming totdat een strafrechter in hoogste instantie het wederrechtelijk karakter van hun verblijf heeft vastgesteld en een individuele belangenafweging is gemaakt. De voorzieningenrechter oordeelde dat de wetgeving omtrent strafrechtelijke ontruiming, waaronder artikel 138a Sr en artikel 551a Sv, rechtmatig is en dat de belangenafweging in dit concrete geval proportioneel is.
De voorzieningenrechter stelde vast dat eisers het pand zonder toestemming van HTM bewonen en daarmee kraken. De voorgenomen ontruiming dient het belang van HTM om haar pand te gebruiken voor stalling en werkplaatsactiviteiten. De belangen van eisers, zoals hun persoonlijke omstandigheden en maatschappelijke functies, wegen onvoldoende zwaar om de ontruiming te verbieden. De vorderingen werden afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verbod op strafrechtelijke ontruiming van het kraakpand wordt afgewezen.