ECLI:NL:HR:2011:BQ9880
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt legitimiteit strafrechtelijke ontruiming op grond van Wet Kraken en Leegstand
In deze zaak stond de legitimiteit van strafrechtelijke ontruiming van kraakpanden centraal, op grond van de Wet Kraken en Leegstand en specifiek art. 551a Sv. Krakers betoogden dat ontruiming slechts mogelijk moet zijn na bewezenverklaring van wederrechtelijk verblijf en dat de wet onvoldoende voorzienbaarheid biedt. De Hoge Raad bevestigde dat ontruiming op verdenking van kraken is toegestaan zonder veroordeling, en dat art. 551a Sv voldoende duidelijk is geformuleerd.
De Hoge Raad benadrukte het belang van het huisrecht zoals beschermd door art. 8 EVRM Pro, en stelde dat ontruiming een ernstige en onomkeerbare inbreuk vormt. Daarom is voorafgaande rechterlijke toetsing noodzakelijk, waarbij krakers de proportionaliteit van de maatregel kunnen laten beoordelen door de voorzieningenrechter in kort geding. Dit kort geding is een effectief rechtsmiddel in de zin van art. 13 EVRM Pro.
De Hoge Raad erkende dat het huidige wettelijke kader geen expliciete regeling bevat voor de aankondiging van ontruiming en de termijn voor het instellen van een kort geding, maar stelde dat nauwkeurig omschreven en gepubliceerde beleidsregels van het Openbaar Ministerie hiervoor voldoende waarborgen bieden. Bij bijzondere omstandigheden kan ontruiming zonder aankondiging plaatsvinden. De Hoge Raad verwierp de klachten van de krakers en bevestigde het arrest van het hof, waarmee de strafrechtelijke ontruimingspraktijk op basis van art. 551a Sv werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat strafrechtelijke ontruiming op grond van art. 551a Sv bij verdenking van kraken is toegestaan mits voorafgaande rechterlijke toetsing mogelijk is en ontruiming tijdig wordt aangekondigd.