ECLI:NL:RBDHA:2016:9105
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geen toegenomen arbeidsongeschiktheid
Eiser was werkzaam als machine operator en ontving een WW-uitkering na ontslag wegens reorganisatie. Hij meldde zich ziek met psychische klachten en kreeg aanvankelijk een Ziektewet-uitkering. Na een Eerstejaars Ziektewet-beoordeling werd vastgesteld dat eiser meer dan 65% van zijn loon kon verdienen, waarna de uitkering werd beëindigd. Eiser maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en stelde beroep in tegen het besluit dat hij vanaf 26 oktober 2015 niet toegenomen arbeidsongeschikt was.
De rechtbank oordeelt dat het eerdere besluit van 20 oktober 2015, waarbij de belastbaarheid van eiser werd vastgesteld, niet ter discussie staat omdat hiertegen geen beroep is ingesteld. Uit medische onderzoeken en herbeoordelingen blijkt geen toename van arbeidsongeschiktheid. De klachten van eiser, waaronder psychische problemen en fysieke symptomen, zijn meegenomen in de beoordeling, maar objectieve medische onderbouwing voor toegenomen beperkingen ontbreekt.
De rechtbank concludeert dat eiser per 26 oktober 2015 geschikt is voor de geduide functies en daarom geen recht heeft op een Ziektewet-uitkering. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.