Uitspraak
Beschikking op het op 1 juni 2016 ingekomen bezwaarschrift van:
[de vrouw] ,
Procedure
- het bezwaarschrift;
- het verweerschrift.
Rechtbank Den Haag
De vrouw, met Syrische nationaliteit, heeft asiel aangevraagd in Nederland samen met haar vijf minderjarige kinderen. Na een bezoek aan haar broer nam de man, met wie zij gehuwd was, de kinderen mee en bracht ze niet terug. De vrouw deed aangifte van kinderontvoering en verzocht de Centrale autoriteit om teruggeleiding van de kinderen.
De Centrale autoriteit weigerde het verzoek in behandeling te nemen omdat de vrouw niet kon aantonen dat zij het ouderlijk gezag over de kinderen uitoefende. De rechtbank oordeelt dat de vrouw weliswaar het gezagsrecht niet volledig kon aantonen, maar dat zij documenten overlegde waaruit blijkt dat de man niet zonder meer bevoegd is de kinderen over te brengen. Hierdoor is het verzoek niet klaarblijkelijk ongegrond.
De rechtbank stelt dat de Centrale autoriteit een positieve inspanningsverplichting heeft op grond van het EVRM en IVRK om de rechten van de vrouw en kinderen te beschermen, en dat de eisen aan bewijs niet te streng mogen zijn, zeker gezien de vluchtelingenstatus van de vrouw.
De rechtbank vernietigt daarom de beschikking van 3 mei 2016 en gelast de Centrale autoriteit het verzoek tot teruggeleiding alsnog in behandeling te nemen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de beschikking van de Centrale autoriteit en gelast het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarige kinderen alsnog in behandeling te nemen.