ECLI:NL:RBDHA:2016:9820
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod tenuitvoerlegging vervangende hechtenis wegens taakstraf
In deze kortgedingprocedure vordert [A] samen met haar bewindvoerder Modus Vivendi dat de Staat wordt verboden de vervangende hechtenis ten uitvoer te leggen die is opgelegd wegens het niet uitvoeren van taakstraffen. [A] stelt dat zij detentieongeschikt is en dat de beslissing tot omzetting niet aan haar is uitgereikt, en dat zij een gratieverzoek zal indienen.
De rechtbank oordeelt dat Modus Vivendi niet-ontvankelijk is omdat de bewindvoerder alleen bevoegd is voor procedures die de onder bewind staande goederen betreffen, wat hier niet het geval is. De rechtbank gaat voorbij aan het betoog dat de beslissing niet is uitgereikt aan [A], omdat zij als niet-ingezetene stond geregistreerd en de Staat conform de regels heeft gehandeld.
De detentieongeschiktheid is onvoldoende aannemelijk gemaakt, en de Staat heeft terecht aangevoerd dat medische geschiktheid bij binnenkomst in de inrichting kan worden beoordeeld. Ook het nog in te dienen gratieverzoek schorst de tenuitvoerlegging niet. De vordering wordt afgewezen en [A] c.s. wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verbod op tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis wordt afgewezen en de bewindvoerder wordt niet-ontvankelijk verklaard.