ECLI:NL:RBDHA:2017:10172
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank beveelt inhoudelijke behandeling asielaanvraag op grond van artikel 9 Dublinverordening
Eiseres, van Syrische nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland terwijl haar echtgenoot met een asielvergunning in Nederland verblijft. De staatssecretaris weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk zou zijn. De rechtbank stelde vast dat eiseres in Italië geen asielaanvraag heeft ingediend, slechts vingerafdrukken zijn genomen, en dat er geen besluit van Italië is genomen over haar asielaanvraag.
Eiseres beriep zich op artikel 9 van Pro de Dublinverordening, dat bepaalt dat de lidstaat waar een gezinslid met internationale bescherming verblijft verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank oordeelde dat dit beroep gegrond is en dat de staatssecretaris niet kan volstaan met het verwijzen naar Italië. Het standpunt van de staatssecretaris zou leiden tot onnodige vertraging en is niet in lijn met het doel van de Dublinverordening.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en beval de staatssecretaris een inhoudelijk besluit te nemen op de asielaanvraag. Tevens wees de rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening af en veroordeelde de staatssecretaris in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de staatssecretaris op de asielaanvraag inhoudelijk te behandelen.