ECLI:NL:RBDHA:2017:10654
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Vidi-subsidieaanvraag wegens onvoldoende rangorde en zorgvuldige beoordeling
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een Vidi-subsidie, gericht op excellente onderzoekers, maar deze werd afgewezen door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De afwijzing volgde op een beoordelingsprocedure waarbij de aanvraag werd beoordeeld door referenten, een interviewselectiecommissie en het gebiedsbestuur, waarbij eiser niet werd uitgenodigd voor een interview vanwege zijn rangorde.
Eiser voerde aan dat de beoordelingsprocedure onzorgvuldig was verlopen, met name dat het hoor en wederhoor niet zorgvuldig was toegepast, de motivering ondeugdelijk was en dat de rangorde willekeurig was vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de aanvraag op eigen merites was beoordeeld en dat de rangorde op redelijke gronden was vastgesteld, mede gelet op het beperkte subsidiebudget.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat het preadvies van een commissieleden de beoordeling negatief had beïnvloed en dat de beoordelingscommissie haar oordeel op redelijke gronden had gevormd. Ook was er geen sprake van onzorgvuldige besluitvorming, aangezien eiser alle relevante informatie bij de aanvraag had kunnen verstrekken.
Gelet op de grote beleidsvrijheid van verweerder bij subsidieverlening en de zorgvuldige procedure concludeerde de rechtbank dat het beroep ongegrond is en de afwijzing van de subsidieaanvraag terecht is gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Vidi-subsidieaanvraag is ongegrond verklaard en de afwijzing gehandhaafd.