ECLI:NL:RBDHA:2017:10783
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging overdrachtsbesluit wegens schending verdedigingsbeginsel bij overdracht aan Noorwegen
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, is op 12 juni 2017 staandegehouden en in bewaring gesteld. Verweerder nam op 27 juni 2017 een besluit tot overdracht van eiser aan Noorwegen op grond van de Dublinverordening. Eiser stelde dat het verdedigingsbeginsel was geschonden omdat hij en zijn gemachtigde niet in de gelegenheid waren gesteld om te reageren op het voornemen tot overdracht.
De rechtbank overweegt dat op grond van het Sopropé arrest en artikelen 4:8 en 2:1 van de Algemene wet bestuursrecht verweerder verplicht is de vreemdeling en diens gemachtigde in kennis te stellen van het voornemen tot overdracht, zodat zij bezwaren kunnen indienen. Dit is in deze zaak niet gebeurd, waardoor het verdedigingsbeginsel is geschonden.
Eiser voerde tevens aan dat Frankrijk, niet Noorwegen, de verantwoordelijke lidstaat is omdat hij meer dan zes maanden na het claimakkoord in Frankrijk verbleef zonder onder te duiken. De rechtbank oordeelt dat deze inbreng, indien meegenomen, mogelijk tot een andere besluitvorming had kunnen leiden.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het overdrachtsbesluit en veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskosten van € 990,-.
Uitkomst: Het overdrachtsbesluit tot overdracht aan Noorwegen wordt vernietigd wegens schending van het verdedigingsbeginsel.