Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
feit 1, feit 2 primair, feit 3 primair, feit 4 en feit 5 primair) en/of schennis van de eerbaarheid (
feit 2 subsidiair, feit 3 subsidiair, feit 5 subsidiair en feit 6). Verdachte ontkent dat hij de ten laste gelegde feiten heeft begaan. Hij heeft zich verder voornamelijk beroepen op zijn zwijgrecht.
Daar waar dit aangewezen is, zal de rechtbank nader ingaan op hetgeen door de raadsvrouw is aangevoerd.
- ze met [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] aan het spelen was;
- zij, toen zij de man zag plassen, aan hem vroeg wat hij aan het doen was;
- de man antwoordde op haar vraag: ‘Ik ben aan het plassen’;
- het leek op melk wat er uit kwam, soort koemelk;
- de man in het zwart was, maar ze wist niet meer de kleur van het shirt;
- zij zag dat hij zijn piemel vasthield;
- zij zag dat de piemel tot zijn navel kwam;
- de man had gezegd dat er een konijn was bij de bosjes;
- ze zag dat de melk op de grond terecht was gekomen;
- de man een zwarte broek droeg;
- de man een klein beetje kaal was;
- de man een klein beetje bruin was;
- de man zijn piemel vast had met twee handen;
- ze zag dat de man een klein beetje bewoog met zijn 2 handen bij zijn piemel;
- de man naar haar keek toen hij zei dat hij aan het plassen was
- de man na het plassen vroeg of zij naar het konijntje wilde kijken;
- de man aan [slachtoffer 4] vroeg of zij de konijntjes wilde zien;
- eerst de melk eruit kwam en hij daarna zij zijn piemel bewoog, loog en wegfietste;
- zij zijn voorkant zag toen hij aan het plassen was.
- de meneer zijn piemel bewoog;
- er melk uit kwam;
- zij aan de man vroeg: "Wat ben je aan het doen."
- de man hierop antwoordde: "Ik ben aan het plassen";
- de man tegen haar nichtje had gezegd, dat er een konijntje was;
- de man zijn twee handen om zijn piemel had en deze omhoog en omlaag bewoog en draaide;
- zij zag dat er toen druppeltjes uit kwamen;
- zij zag dat het op de grond terechtkwam en zij dit niet normaal vond;
- zij zag dat hij geen jas droeg;
- zij zag dat hij een beetje zwarte schoenen droeg met daarop 2 witte poppetjes afgebeeld;
- zij zag dat de meneer in eerste instantie met zijn rug naar hun stond gekeerd en zich vervolgens omdraaide in hun richting;
- zij toen zijn piemel zag;
- zij zag dat hij daarop ging plassen;
- zij zag dat de man zich weer omdraaide en zei dat daar een konijn zat;
- de man vermoedelijk op een meisjesfiets was;
- zij wist dat daar geen konijntjes waren;
- haar nichtje [slachtoffer 4] wel ging kijken;
- de man zijn piemel weer weg deed;
- de fiets zwart van kleur was.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vorderingen van de benadeelde partijen / de schadevergoedingsmaatregel
€ 250,-- per kind, te vermeerderen met wettelijke rente, bestaande uit een vergoeding voor immateriële schade.
- i) van een bedrag groot € 250,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente met ingang van 14 juli 2016, ten behoeve van het slachtoffer genaamd
- ii) van een bedrag groot € 250,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente met ingang van 14 juli 2016, ten behoeve van het slachtoffer genaamd
- i) van een bedrag groot € 735,87 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente daarover met ingang van 22 augustus 2017;
- ii) van een bedrag groot € 1.500,-- te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente daarover met ingang van 13 maart 2016.
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
5 en 6tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
1, 2 primair, 3 primair en 4tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
176 (honderdzesenzeventig) DAGEN;
60 (zestig) dagen, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:
drie jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
benadeelde partij [slachtoffer 2]toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan
, een bedrag van € 250,--, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 14 juli 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;
benadeelde partij [slachtoffer 3]toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan
, een bedrag van € 250,--, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 14 juli 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;
benadeelde partij [slachtoffer 1]gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan
:
- een bedrag groot € 735,87 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente daarover met ingang van 22 augustus 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening;
- een bedrag groot € 1.500,-- te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente daarover met ingang van 13 maart 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;
benadeelde partij [slachtoffer 1]voor het overige deel niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat zij dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
slachtoffer genaamd [slachtoffer 3];
5 (vijf) dagen;
slachtoffer genaamd [slachtoffer 2] ;
5 (vijf) dagen;
- een bedrag groot € 735,87 te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente daarover met ingang van 22 augustus 2017, en
- een bedrag groot € 1.500,-- te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente daarover met ingang van 13 maart 2016, ;
slachtoffer [slachtoffer 1];
32 (tweeëndertig) dagen;