ECLI:NL:RBDHA:2017:10995
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek minderjarige uit veilige landen van herkomst
Eiser, een minderjarige met de Algerijnse en Marokkaanse nationaliteit, vroeg op 4 juni 2017 asiel aan in Nederland. Verweerder wees de aanvraag op 18 augustus 2017 af als kennelijk ongegrond omdat Algerije en Marokko als veilige landen van herkomst worden beschouwd en eiser geen gegronde vrees voor vervolging aannemelijk maakte.
Eiser stelde in beroep dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn minderjarigheid en mogelijke traumatische ervaringen, zoals gesignaleerd in een zwaarwegend advies. De rechtbank constateerde echter dat eiser niet heeft betwist dat er geen gronden zijn voor een verblijfsvergunning en dat medische problemen geen reden zijn voor verlening.
De rechtbank overwoog dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn verhaal te doen en dat er geen aanwijzingen zijn dat hij niet in staat was dit te doen. Ondanks de suggestie van trauma’s was er geen verplichting voor nader psychologisch onderzoek, mede omdat eiser herhaaldelijk niet op uitnodigingen voor onderzoek is verschenen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het belang van de minderjarige niet tekort heeft gedaan door het beroep af te wijzen en dat terugkeer naar Algerije of Marokko mogelijk is. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.