ECLI:NL:RBDHA:2017:11232
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens ontbreken nieuwe feiten na onjuiste eerdere verklaringen
Eiseres, een Afghaanse vrouw geboren in 1999, diende een opvolgende asielaanvraag in nadat haar eerdere aanvraag in 2016 ongegrond was verklaard en definitief was geworden. Zij stelde dat zij kort voor haar vlucht was uitgehuwelijkt en legde een huwelijksakte over, wat zij als nieuw feit aanvoerde. Verweerder verklaarde de aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a Vreemdelingenwet 2000, omdat er geen nieuwe relevante feiten waren die tot een ander oordeel konden leiden.
De rechtbank overwoog dat eiseres bij haar eerste aanvraag het ware relaas had moeten geven en dat het feit dat zij dit niet deed wegens angst voor haar familie haar niet kon baten. De authenticiteit van de huwelijksakte kon niet worden vastgesteld, en de rechtbank zag geen aanleiding om het beroep aan te houden voor nader onderzoek. Ook verwees de rechtbank naar jurisprudentie over de situatie in Afghanistan, waaruit bleek dat er geen uitzonderlijke situatie is die een asielvergunning rechtvaardigt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van nieuwe relevante feiten en verklaart het beroep ongegrond.