ECLI:NL:RVS:2016:2731
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling asielaanvraag minderjarige Hazara uit Afghanistan met betrekking tot veiligheidssituatie, kwetsbare minderheid en sociaal netwerk
De zaak betreft het hoger beroep van een minderjarige Afghaanse Hazara die asiel aanvraagt in Nederland. De staatssecretaris wees de aanvraag af op basis van de algemene veiligheidssituatie in Afghanistan, de positie van de Hazara als minderheid en het ontbreken van een sociaal netwerk.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat hoewel de veiligheidssituatie in Afghanistan, met name in de provincie Wardak, zorgelijk is, deze niet zodanig uitzonderlijk is dat bescherming op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000 gerechtvaardigd is. Tevens is vastgesteld dat de vreemdeling niet behoort tot een kwetsbare minderheidsgroep in zijn herkomstgebied, omdat de etnische samenstelling per regio verschilt en de feitelijke kwetsbaarheid ontbreekt.
Ten aanzien van het ontbreken van een sociaal netwerk is geoordeeld dat dit weliswaar sociale en humanitaire problemen kan veroorzaken, maar niet leidt tot een schending van artikel 3 EVRM Pro die asielrechtelijke bescherming rechtvaardigt. De rechtbank heeft de aangevallen uitspraak terecht bevestigd en het hoger beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bevestigd.