ECLI:NL:RBDHA:2017:11273
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling ongegrond verklaard
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, is sinds 6 augustus 2017 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelt dat er onvoldoende zicht is op zijn uitzetting en dat de overheid niet voortvarend handelt, mede gelet op het ontbreken van criminele antecedenten en zijn psychische klachten.
De rechtbank toetst of sinds het sluiten van het eerdere onderzoek op 21 augustus 2017 de maatregel rechtmatig is voortgezet. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak die stelt dat er in het algemeen zicht is op uitzetting naar Marokko. De aanvraag voor een laissez-passer is ingediend en herhaaldelijk nagestuurd, waardoor niet kan worden uitgesloten dat binnen redelijke termijn een reisdocument wordt verstrekt.
Verder oordeelt de rechtbank dat eiser meewerkt aan het onderzoek en dat er geen aanwijzingen zijn dat hij detentieongeschikt is. De belangenafweging leidt niet tot opheffing van de maatregel of toepassing van een lichter middel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.