ECLI:NL:RVS:2017:442
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en uitzetting naar Marokko
De vreemdeling werd op 9 november 2016 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval de opheffing van de bewaring, daarbij ook een schadevergoeding toekennend. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat er geen zicht op uitzetting naar Marokko binnen de geldende maximale bewaringstermijnen was. De Marokkaanse autoriteiten verleenden voldoende medewerking door het verstrekken van meerdere laissez passer en het faciliteren van presentaties van de vreemdeling. De vreemdeling weigerde echter medewerking te verlenen aan zijn uitzetting.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af. De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris niet verplicht was eerder met uitzettingshandelingen te beginnen dan hij had gedaan, gezien de detentie van de vreemdeling.
Deze uitspraak bevestigt dat inbewaringstelling niet onrechtmatig is indien er zicht is op uitzetting en de autoriteiten van het land van herkomst medewerking verlenen, ook als de vreemdeling zelf niet meewerkt.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.