Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woongebouw met 22 appartementen op de locatie van een te slopen school. Eisers hebben hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van het beroep en stelde vast dat twee eisers niet als belanghebbenden konden worden aangemerkt vanwege de afstand tot het bouwplan.
De rechtbank oordeelde dat de rechtsmiddelenverwijzing in het besluit onjuist was, maar dat dit niet tot benadeling van belanghebbenden heeft geleid. De beantwoording van de zienswijzen door verweerder was voldoende gemotiveerd en het anonimiseren van zienswijzen was toegestaan. Het bouwplan wijkt af van de beheersverordening, maar de vergunning is verleend met toepassing van artikel 2.12 Wabo, waarbij de rechtbank terughoudend toetst.
De rechtbank vond dat het project een beperkte planologische ingreep betreft en voldoende onderbouwd is, mede vanwege de huisvestingstaakstelling voor statushouders en de bevolkingsgroei. Ook de parkeernormen, welstandseisen en natuurbeschermingsaspecten zijn beoordeeld en niet in strijd bevonden met de regelgeving. De bezwaren over geluid en Waterwetvergunning faalden. Het beroep van de overige eisers is ongegrond, dat van twee niet-ontvankelijk verklaard.