ECLI:NL:RBDHA:2017:11559
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder weigerde de aanvraag in behandeling te nemen omdat Bulgarije op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de asielprocedure. Eiser stelde dat de detentie- en leefomstandigheden in Bulgarije en de kwaliteit van de asielprocedure in strijd zijn met het EVRM, en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel daardoor niet meer geldt.
De rechtbank overwoog dat het uitgangspunt van de Dublinverordening is dat lidstaten de verplichtingen uit het Vluchtelingenverdrag en het EVRM naleven. Alleen bij ernstige, structurele tekortkomingen kan van het vertrouwensbeginsel worden afgeweken. De aangevoerde rapporten en foto’s boden onvoldoende bewijs voor zulke tekortkomingen in Bulgarije. De rechtbank verwees naar eerdere uitspraken waarin het vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije werd bevestigd.
Verder is vastgesteld dat Bulgarije het terugnameverzoek heeft geaccepteerd en dat eiser recht heeft op opvang volgens Bulgaarse wetgeving zolang zijn aanvraag niet definitief is afgewezen. De rechtbank concludeerde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn rechten bij overdracht aan Bulgarije worden geschonden en dat hij klachten kan indienen bij Bulgaarse autoriteiten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.