ECLI:NL:RVS:2017:885
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering behandeling asielaanvraag wegens Dublin-overdracht aan Bulgarije
De vreemdeling diende op 24 oktober 2015 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van de Dublinverordening, omdat Bulgarije verantwoordelijk werd gehouden voor de behandeling. De vreemdeling stelde dat overdracht aan Bulgarije in strijd zou zijn met artikel 3 EVRM Pro vanwege risico's op detentie, onvoldoende opvang, gebrekkige rechtsbijstand en refoulement.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de vreemdeling ging in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat de situatie in Bulgarije weliswaar tekortkomingen kent, maar dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel nog steeds geldt. De vreemdeling heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij als kwetsbare persoon moet worden aangemerkt of dat hij een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing betekent dat de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling wordt genomen en dat overdracht aan Bulgarije rechtmatig is.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de behandeling van de asielaanvraag en verklaart het hoger beroep ongegrond.