Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eisers], te [plaats], eisers
het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
18 december 2012 vastgestelde “Beleidsnota niet-recreatief gebruik van recreatieverblijven” (de Beleidsnota). Volgens het in de Beleidsnota neergelegde beleid kan een persoonsgebonden omgevingsvergunning worden verleend voor permanente bewoning van een recreatiewoning indien betrokkenen op 31 december 1993 een recreatiewoning bewoonden in de voormalige gemeente [plaats]. Indien de permanente bewoning van een recreatiewoning na 31 december 1993 is aangevangen, wordt behoudens bijzondere omstandigheden daartegen handhavend opgetreden. Wat betreft de peildatum heeft verweerder aangesloten bij het op 5 oktober 1993 door het college van de voormalige gemeente [plaats] vastgestelde beleid om handhavend op te treden tegen iedere na die datum ontstane vorm van illegale bewoning op recreatieparken.
23 juli 2015, zaaknummer SGR 14/4380, betreffende de recreatiewoning [adres 2], niet onredelijk is geacht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft deze rechtbankuitspraak bij uitspraak van 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2296) bevestigd. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om het in deze uitspraak neergelegde oordeel in het geval van eisers niet te volgen. Gelet hierop gaat de voorzieningenrechter voorbij aan het betoog van eisers dat legalisering van permanente bewoning in het algemeen een goede oplossing is om verloedering van recreatieparken en de bijbehorende criminaliteit tegen te gaan. Dat andere gemeenten hun handhavingsbeleid ten aanzien van de permanente bewoning van recreatiewoningen hebben heroverwogen, zoals eisers stellen, betekent naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet dat verweerder daaraan op enigerlei wijze gebonden zou moeten zijn.