ECLI:NL:RVS:2017:3593
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving beëindiging niet-recreatief gebruik recreatieverblijf te Moordrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas heeft aan appellant een last onder dwangsom opgelegd om het niet-recreatieve gebruik van zijn recreatieverblijf te beëindigen. Appellant gebruikte het recreatieverblijf als hoofdwoning, wat in strijd is met het bestemmingsplan "Moordrecht Buiten" dat het perceel bestemd voor recreatie.
Appellant maakte bezwaar tegen het handhavingsbesluit, dat door het college en vervolgens door de rechtbank werd afgewezen. Hij stelde onder meer dat het college toestemming had gegeven voor permanente bewoning en dat het vertrouwensbeginsel hem beschermt. Ook voerde hij aan dat het besluit in strijd is met artikel 8 EVRM Pro over het recht op privéleven, omdat het college onvoldoende rekening hield met zijn persoonlijke omstandigheden.
De Raad van State oordeelt dat het college bevoegd is tot handhaving en dat het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan. De Afdeling stelt vast dat het besluit proportioneel is en dat er ruimte is om persoonlijke omstandigheden mee te wegen in de procedure. Het college heeft het algemeen belang bij handhaving van het bestemmingsplan zwaarder gewogen dan het belang van appellant. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen; het niet-recreatieve gebruik moet worden beëindigd.