ECLI:NL:RBDHA:2017:12344

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 november 2017
Publicatiedatum
27 oktober 2017
Zaaknummer
C/09/539123 / HA ZA 17-949
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4.6 lid 2 BVIE
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervallenverklaring en doorhaling Benelux-woordmerk SPIRIT op grond van niet-gebruik

De vennootschap JT INTERNATIONAL S.A. vordert vervallenverklaring van het recht van PHILIP MORRIS PRODUCTS S.A. op het internationale Benelux-woordmerk SPIRIT wegens niet-gebruik. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De rechtbank oordeelt dat zij internationaal en relatief bevoegd is op grond van artikel 4.6 lid 2 BVIE, aangezien geen van de partijen in de Benelux is gevestigd. De vorderingen van eiseres zijn gegrond en worden toegewezen, met uitzondering van de uitvoerbaar bij voorraad verklaring van de vervallenverklaring.

De rechtbank verklaart dat het merk niet normaal is gebruikt voor de ingeschreven waren en verklaart het recht op het merk vervallen voor zover het de Benelux betreft. Tevens beveelt zij de doorhaling van het merk in het Benelux merkenregister.

Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres, begroot op €1.150,42, te voldoen binnen veertien dagen na betekening, met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Het recht op het Benelux-woordmerk SPIRIT wordt vervallen verklaard en het merk wordt doorgehaald in het merkenregister.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/539123 / HA ZA 17-949
Vonnis van 1 november 2017
in de zaak van
de vennootschap naar vreemd recht
JT INTERNATIONAL S.A.,
gevestigd te Geneve, Zwitserland,
eiseres,
advocaat mr. S. Tigu te Rotterdam,
tegen
de vennootschap naar vreemd recht
PHILIP MORRIS PRODUCTS S.A.,
gevestigd te Neuchâtel, Zwitserland,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 7 juli 2017, met producties 1 tot en met 6;
  • het tegen gedaagde verleende verstek.
1.2.
Vonnis is nader bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1.
Voor de feiten en het gevorderde wordt verwezen naar het gestelde in de aangehechte kopie van de dagvaarding.
2.2.
Aangezien eiseres haar vorderingen grondt op vervallenverklaring van een (middels een internationale registratie verkregen) Benelux merkrecht van gedaagde, is deze rechtbank internationaal en relatief bevoegd van de vorderingen kennis te nemen op basis van artikel 4.6 lid 2 BVIE [1] , nu eiseres noch gedaagde in de Benelux is gevestigd.
2.3.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat het zal worden toegewezen, met dien verstande dat de uitvoerbaar bij voorraad verklaring van de gevorderde verklaring voor recht en vervallenverklaring niet toewijsbaar is.
2.4.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 618,- griffierecht, € 80,42 deurwaarderskosten en € 452,- salaris advocaat (1 punt x tarief II), derhalve in totaal € 1.150,42.
2.5.
Voor veroordeling in de gevorderde nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert. [2]

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart voor recht dat het krachtens internationale merkregistratie ingeschreven Beneluxwoordmerk SPIRIT met registratienummer 443282 niet normaal is gebruikt in de Benelux voor de waren waarvoor het merk is ingeschreven;
3.2.
verklaart vervallen het recht van gedaagde voortvloeiende uit de internationale merkregistratie van het woordmerk SPIRIT met registratienummer 443282 voor de waren waarvoor het merk is ingeschreven, voor zover die registratie betrekking heeft op de Benelux, en beveelt dat het voornoemde Beneluxmerk wordt doorgehaald in het merkenregister;
3.3.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.150,42, één en ander te voldoen binnen veertien dagen na betekening en - voor het geval voldoening van de kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening tot aan de dag der algehele voldoening;
3.4.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Bus en in het openbaar uitgesproken op 1 november 2017.

Voetnoten

1.Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen)
2.Vergelijk HR 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116