Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 oktober 2017 in de zaak tussen
[eiser], eiser, V-nummer [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
- (…).
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 3 mei 2017 een asielverzoek in in Nederland. Verweerder, de minister van Veiligheid en Justitie, nam het verzoek niet in behandeling omdat Italië verantwoordelijk werd geacht voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening. Eiser betoogde dat de situatie in Italië ontoereikend is vanwege slechte opvang en medische zorg, en dat zijn persoonlijke omstandigheden een overdracht onevenredig hard maken.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland mag vertrouwen op de naleving van internationale verplichtingen door Italië. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij in Italië een reëel risico loopt op een schending van artikel 3 EVRM Pro. Ook de verwijzingen naar problematiek in Italië en het ontbreken van aanvullende garanties zijn niet overtuigend.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht geen toepassing heeft gegeven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening en dat de overdracht aan Italië niet in strijd is met het EVRM. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wegens overdracht aan Italië is ongegrond verklaard.