ECLI:NL:RBDHA:2017:12496
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet wegens onvoldoende mantelzorg in land van herkomst
Eiser, een Marokkaanse staatsburger met medische problematiek waaronder schizofrenie, verzocht om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, dat bescherming biedt bij medische noodsituaties indien adequate zorg in het land van herkomst ontbreekt.
Verweerder vroeg advies aan het Bureau Medische Advisering, dat concludeerde dat eiser kan reizen en dat adequate behandeling in Marokko beschikbaar is, mits mantelzorg wordt verleend. Verweerder wees het verzoek af omdat eiser onvoldoende aantoonde dat noodzakelijke mantelzorg in Marokko ontbreekt.
Eiser stelde dat mantelzorg ook door vrienden kan worden verleend en dat verweerder onvoldoende onderzoek deed naar de situatie in Marokko. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat eiser onvoldoende bewijs leverde van het ontbreken van mantelzorg in Marokko. Ook was het bezwaar kennelijk ongegrond, zodat afzien van horen gerechtvaardigd was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om toepassing van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000 wordt afgewezen.