ECLI:NL:RVS:2016:1023
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling mantelzorg bij uitzetting vreemdeling op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000
De zaak betreft een vreemdeling met de Surinaamse nationaliteit die geen rechtmatig verblijf heeft en daarom uitgezet kan worden. Zij heeft een aanvraag ingediend op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 om haar uitzetting achterwege te laten vanwege haar gezondheidstoestand en de noodzaak van mantelzorg in Nederland.
De staatssecretaris wees de aanvraag af, stellende dat mantelzorg in het land van herkomst, Suriname, door één familielid kan worden verleend, ondanks dat de vreemdeling 24-uurs zorg nodig heeft die in Nederland door meerdere kinderen wordt geboden. De rechtbank oordeelde dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was omdat het niet onderzocht had of de noodzakelijke omvang van mantelzorg in Suriname daadwerkelijk door één persoon kon worden geleverd.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat het beleid van de staatssecretaris niet alleen vereist vast te stellen of mantelzorg noodzakelijk is, maar ook hoeveel mantelzorg nodig is. De staatssecretaris heeft dit onjuist uitgelegd en onvoldoende gemotiveerd dat mantelzorg door één familielid in Suriname toereikend is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft vernietigd wegens onvoldoende motivering over de omvang van noodzakelijke mantelzorg.