ECLI:NL:RBDHA:2017:12532
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen overdracht asielzoeker aan Italië op grond van Dublinverordening
Eiser, een Guinese asielzoeker, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening. Eiser betwistte zijn meerderjarigheid en stelde dat overdracht aan Italië zou leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro vanwege ontoereikende opvang en zorg.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht is uitgegaan van de meerderjarigheid van eiser, gebaseerd op informatie van Italië, Zwitserland en Duitsland, en dat de overgelegde geboorteakte onvoldoende authentiek en identificerend was. Tevens stelde de rechtbank vast dat minderjarigheid geen beletsel vormt voor overdracht onder de Dublinverordening.
Verder concludeerde de rechtbank dat de situatie in Italië, ondanks tekortkomingen in het opvangsysteem, niet zodanig is dat overdracht leidt tot een schending van het EVRM of het Handvest van de grondrechten van de EU. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de situatie recentelijk is verslechterd.
Daarom was er geen reden voor verweerder om het verzoek aan zich te trekken en mocht eiser worden overgedragen aan Italië. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en overdracht aan Italië is toegestaan.