ECLI:NL:RVS:2017:780
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over niet in behandeling nemen asielaanvraag niet-begeleide minderjarige
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie nam op 28 september 2016 het besluit om de asielaanvraag van de vreemdeling niet in behandeling te nemen. De vreemdeling stelde dat hij een niet-begeleide minderjarige was en dat Nederland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk was voor de behandeling van zijn aanvraag. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling bij registratie in Duitsland als meerderjarige was geregistreerd en dat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij minderjarig is. De authenticiteit van het door de vreemdeling overgelegde document (Taskera) kon niet worden vastgesteld. Ook had de vreemdeling zijn geboortedatum in Duitsland kunnen corrigeren, maar dat niet gedaan. De staatssecretaris was daarom niet verplicht een leeftijdsonderzoek te doen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling bij de rechtbank werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen standhoudt.