ECLI:NL:RBDHA:2017:12725
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Vietnam wegens onvoldoende bewijs van gebrek aan effectieve bescherming
Eiseres, van Vietnamese nationaliteit, verzocht in Nederland asiel vanwege bedreigingen door schuldeisers van haar echtgenoot die gokschulden had. De staatssecretaris wees de aanvraag af op grond van artikel 31, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat zij in Vietnam geen effectieve bescherming kon krijgen.
De rechtbank overwoog dat het politieapparaat in Vietnam functioneert en toegankelijk is voor burgers, en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen bescherming kan krijgen. Hoewel eiseres stelde dat corruptie en disfunctioneren van de politie een probleem vormen, kon dit niet worden bewezen met de overgelegde stukken.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen poging had gedaan om bescherming te zoeken bij hogere autoriteiten en dat het melden bij de politie niet zinloos was. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is de asielaanvraag terecht afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.