Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2017 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
2 oktober 2017.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Afghaanse vrouw, kreeg in 2012 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als alleenstaande vrouw, omdat haar echtgenoot destijds vermist was. In 2016 werd haar vergunning ingetrokken met terugwerkende kracht tot 2015, omdat haar echtgenoot inmiddels was getraceerd en een machtiging tot voorlopig verblijf voor Nederland was aangevraagd.
Eiseres voerde aan dat er geen wettelijke grondslag voor intrekking was en dat haar echtgenoot vanwege medische klachten geen bescherming kon bieden. De rechtbank oordeelde dat de intrekking gerechtvaardigd was omdat de grond voor verlening was komen te vervallen: zij kon niet langer als alleenstaande vrouw worden aangemerkt. De medische verklaring werd niet erkend als relevant vanwege tegenstrijdige gegevens over de echtgenoot.
De rechtbank stelde vast dat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden en dat het beleid van de overheid niet onredelijk was. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.