ECLI:NL:RBDHA:2018:15467
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd na intrekking verblijfsvergunning bepaalde tijd
Eiseres, van Afghaanse nationaliteit, vroeg op 3 januari 2012 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan, welke haar werd verleend tot 3 januari 2017. Later werd deze vergunning met terugwerkende kracht tot 28 september 2015 ingetrokken nadat haar echtgenoot was getraceerd en een machtiging tot voorlopig verblijf voor hem was aangevraagd. Eiseres stelde beroep in tegen deze intrekking, maar dit werd door rechtbank en Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ongegrond verklaard.
In de onderhavige procedure betwist eiseres de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, stellende dat de intrekking van haar verblijfsvergunning voor bepaalde tijd heroverwogen moet worden vanwege de veiligheidssituatie in Afghanistan. De rechtbank overweegt echter dat de intrekking in rechte vaststaat en dat de procedure niet geschikt is om deze beslissing opnieuw te betwisten.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aan de vereiste van vijf aaneengesloten jaren rechtmatig verblijf voorafgaand aan haar aanvraag voldoet, waardoor de aanvraag terecht is afgewezen. De veiligheidssituatie in Afghanistan wordt in deze procedure niet inhoudelijk beoordeeld, maar kan in een eventuele nieuwe asielaanvraag aan de orde komen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd wordt ongegrond verklaard.