ECLI:NL:RBDHA:2017:13064
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen feitelijke uitzetting wegens opvolgende asielaanvraag
Verzoeker, van Afghaanse nationaliteit, maakte bezwaar tegen zijn voorgenomen uitzetting naar Afghanistan op 13 november 2017. Hij had een nieuwe asielaanvraag ingediend, gebaseerd op zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende bedreigingen in Afghanistan. Verweerder wees deze aanvraag af met een 3.1-besluit, stellende dat geen nieuwe elementen waren aangevoerd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder het besluit niet zorgvuldig had voorbereid, omdat hij geen kennis had genomen van twee belangrijke verklaringen van kerken die verzoeker had overgelegd. Verzoeker was tijdens het gehoor in het bezit van ten minste één verklaring en de tweede verklaring was op het moment van het gehoor beschikbaar of bijna beschikbaar.
De rechtbank stelde dat het belang van verzoeker bij een zorgvuldige beoordeling van zijn asielaanvraag zwaarder woog dan het belang van verweerder om de uitzetting uit te voeren. Daarom werd de voorlopige voorziening toegewezen en werd de uitzetting verboden totdat op de nieuwe asielaanvraag was beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: De uitzetting van verzoeker wordt verboden totdat op zijn opvolgende asielaanvraag is beslist.