ECLI:NL:RBDHA:2017:13074
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoeker aan Italië op grond van Dublinverordening
Eiser, een Eritrese asielzoeker, diende op 31 mei 2017 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder besloot deze aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening, gebaseerd op registratiegegevens en een terugnameverzoek van Nederland aan Italië.
Eiser voerde aan dat hij minderjarig is en dat hij niet correct is gehoord zonder advocaat en met onvoldoende tijd om een brochure te lezen. Tevens stelde hij dat overdracht aan Italië zou leiden tot schending van artikel 3 EVRM Pro vanwege ontoereikende opvang en zorg. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een advocaat bij het gehoor niet tot schending leidde en dat de verstrekte informatie voldoende was.
De rechtbank stelde vast dat op basis van medische onderzoeken en registratie in Italië en Zwitserland eiser meerderjarig is, en dat de overgelegde geboorteakte en getuigenverklaringen niet als authentiek konden worden aangemerkt. Verder concludeerde de rechtbank dat de situatie in Italië niet zodanig is verslechterd dat overdracht in strijd is met het EVRM of het Handvest, verwijzend naar eerdere jurisprudentie van het EHRM en de Afdeling bestuursrechtspraak.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de overdracht aan Italië op grond van de Dublinverordening wordt ongegrond verklaard.