Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres], eiseres,
thans de minister van Veiligheid en Justitie,verweerder,
Rechtbank Den Haag
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd om bij haar echtgenoot in Nederland te verblijven. De aanvraag werd door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie afgewezen omdat eiseres haar identiteit en de feitelijke gezinsband met haar echtgenoot niet aannemelijk had gemaakt.
Eiseres beschikte niet over een identiteitsbewijs en overlegde een kopie van haar doopakte, die volgens de rechtbank onvoldoende bewijs van identiteit bood. Ook het huwelijkscertificaat, afgegeven na verklaringen van ouders en getuigen, werd niet als bewijs erkend. Verweerder stelde dat eiseres geen bewijsnood had aangetoond en dat de familierechtelijke relatie niet was bewezen.
De rechtbank overwoog dat op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en de Vreemdelingencirculaire documenten vereist zijn die identiteit en familierelaties aantonen, tenzij sprake is van bewijsnood. Uit het ambtsbericht bleek dat identiteitskaarten in Eritrea gangbaar zijn en dat het verkrijgen van documenten mogelijk is. Eiseres had geen aannemelijke verklaring gegeven voor het ontbreken van documenten.
Daarom werd geconcludeerd dat eiseres haar identiteit niet had aangetoond en geen bewijsnood bestond, waardoor ook de gezinsband niet kon worden vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit en gezinsband.