ECLI:NL:RBDHA:2017:13280
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening en verantwoordelijkheid Roemenië
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in nadat uit Eurodac bleek dat hij eerder in Roemenië een verzoek om internationale bescherming had ingediend. De Nederlandse minister van Veiligheid en Justitie besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen op grond van de Dublinverordening, die bepaalt dat de lidstaat waar de asielzoeker eerst bescherming vroeg verantwoordelijk is.
Eiser voerde aan dat hij in Roemenië geen asielverzoek had ingediend en dat hij een duurzame relatie heeft met een persoon in Nederland die een asielvergunning heeft. De rechtbank oordeelde dat de registratie van vingerafdrukken in Roemenië voldoende bewijs is dat daar een verzoek is gedaan, en dat de relatie niet voldoet aan de definitie van gezinslid of duurzame relatie volgens de Dublinverordening.
Verder stelde eiser dat overdracht aan Roemenië zou leiden tot schending van zijn rechten, maar de rechtbank vond geen aanwijzingen dat Roemenië zijn internationale verplichtingen niet zal nakomen. Ook het ontbreken van rechtsbijstand of tolk in Roemenië was onvoldoende onderbouwd om overdracht te weigeren.
De rechtbank concludeerde dat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen omdat Roemenië verantwoordelijk is.