Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 november 2017 in de zaken tussen
[eiser], eiser,
[kind]en
[kind],
Rechtbank Den Haag
Eisers, afkomstig uit Rusland, dienden op 29 juni 2017 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvragen niet in behandeling, omdat Italië verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eisers stelden in beroep dat zij niet aan Italië konden worden overgedragen vanwege een dreiging van geweld en ontoereikende opvang en zorg in Italië.
De rechtbank onderzocht ambtshalve de ontvankelijkheid van het beroep, omdat binnen de herstelverzuimtermijn geen beroepsgronden in de digitale dossiers waren opgenomen. Eisers voerden technische problemen aan die het indienen van de beroepsgronden onmogelijk maakten. Een technisch onderzoek door Spir-it toonde aan dat op de laatste dag van de hersteltermijn onderhoud plaatsvond waardoor geen toegang was tot het digitale dossier, maar dat op de dag erna geen pogingen waren gedaan om alsnog stukken in te dienen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens het niet tijdig indienen van beroepsgronden. De rechtbank overwoog dat het arrest Bahaddar niet van toepassing was omdat geen bijzondere omstandigheden waren die het effectueren van het besluit onaanvaardbaar maakten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het vonnis is uitgesproken op 9 november 2017 door rechter de Roos.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van beroepsgronden binnen de herstelverzuimtermijn.