ECLI:NL:RBDHA:2017:13528
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid homoseksualiteit en bekering
Eiser, een Egyptische nationaliteit, verzocht om asiel op grond van zijn homoseksualiteit en bekering tot het christendom. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege twijfels over de geloofwaardigheid van deze motieven.
De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat het geschil uitsluitend ging over de geloofwaardigheid van de asielmotieven. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende inzicht had gegeven in zijn bewustwordingsproces van zijn seksuele gerichtheid en dat zijn verklaringen over persoonlijke ervaringen vaag en summier waren. Ook de bekering tot het christendom werd niet aannemelijk gemaakt, mede omdat eiser geen overtuigende motieven en proces van bekering had toegelicht.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiser dat hij onvoldoende was gehoord en concludeerde dat de staatssecretaris terecht de aanvraag als ongeloofwaardig had beoordeeld. Tegenstrijdigheden in het relaas van eiser versterkten dit oordeel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende geloofwaardigheid van homoseksualiteit en bekering.