Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2017 in de zaak tussen
[eiser], eiser, V-nummer [V-nummer]
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
7 november 2003 is dit besluit in rechte komen vast te staan.
(ECLI:NL:RVS:2011:BU3412), waarin is vastgelegd dat het driejarenbeleid is heringevoerd voor vreemdelingen die onder het toepassingsbereik vallen van de standstill-bepalingen van het Turkse associatierecht. Nu de huidige aanvraag ziet op een heroverweging van de eerdere aanvraag in 1999 met als doel ‘klemmende humanitaire redenen’ waarbij een beroep werd gedaan op het driejarenbeleid, heeft deze aanvraag volgens verweerder geen aanknopingspunten met de standstill-bepalingen. Verder heeft verweerder geconstateerd dat eiser nimmer is ingeschreven in de Basisregistratie personen (BRP) en dat het onduidelijk is waar eiser sinds het begin van de bezwaarprocedure in 2005 heeft verbleven. De door eiser overgelegde stukken tonen volgens verweerder geen feitelijk en bestendig verblijf aan. Ten slotte is artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) volgens verweerder niet van toepassing, nu er geen sprake is van de vereiste ‘more than normal emotional ties’.