ECLI:NL:RVS:2020:2297
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling kan beroep doen op driejarenbeleid onder standstill-bepaling; besluit vernietigd
De vreemdeling uit Turkije had op 15 oktober 2003 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd volgens het driejarenbeleid, maar deze werd in 2005 afgewezen. Na een langdurige procedure trok de staatssecretaris in 2019 een eerder besluit in en nam in januari 2020 een nieuw besluit op bezwaar, waarin werd gesteld dat de vreemdeling onder de standstill-bepaling valt, maar niet aan de vereisten van het driejarenbeleid voldoet.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de vreemdeling met het ingetrokken besluit heeft bereikt wat hij beoogde. De Afdeling toetst het nieuwe besluit en stelt vast dat de vreemdeling met een intentieverklaring van januari 2018 aannemelijk heeft gemaakt dat hij een concreet voornemen heeft om toe te treden tot de Nederlandse arbeidsmarkt, waardoor hij vanaf die datum onder het toepassingsbereik van de standstill-bepaling valt.
Verder is vastgesteld dat de driejarentermijn van het driejarenbeleid begint te lopen vanaf de datum van de oorspronkelijke aanvraag in 2003 en dat de vreemdeling sinds 1999 zijn hoofdverblijf in Nederland heeft. Er is geen contra-indicatie voor toepassing van het beleid, omdat de langdurige procedure niet aan de vreemdeling te wijten is. Het besluit van 17 januari 2020 wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen en de proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van 17 januari 2020 wordt vernietigd met opdracht tot nieuw besluit en proceskostenvergoeding.