Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
isgewijzigd en dat de huidige redactie strookt met het doel, systeem en de inhoud van de Dublinverordening, welke prevaleert boven en rechtstreeks doorwerkt in de nationale rechtsorde. De rechtbank merkt hierbij op dat de Dublinverordening geen met artikel 4:6 Awb Pro vergelijkbare, vereenvoudigde, afdoeningswijze van herhaalde Dublinaanvragen kent. Sterker, in artikel 19, derde lid, Dublinverordening is te lezen, voor zover van belang: “(…) Een verzoek dat na een daadwerkelijke verwijdering wordt ingediend, wordt beschouwd als een nieuw verzoek dat leidt tot een nieuwe procedure waarbij de verantwoordelijke lidstaat wordt bepaald.”. Artikel 23 Dublinverordening Pro heeft betrekking op indiening van een terugnameverzoek wanneer er in de verzoekende lidstaat een nieuw verzoek is ingediend. Het eerste lid van dit artikel luidt: “Wanneer een lidstaat waar een persoon als bedoeld in artikel 18, lid 1, onder b), c) of d), een nieuw verzoek om internationale bescherming heeft ingediend, van oordeel is dat een andere lidstaat verantwoordelijk is overeenkomstig artikel 20, lid 5, en artikel 18, lid 1, onder b), c) of d), kan hij die andere lidstaat verzoeken de betrokken persoon terug te nemen.” Ook dit impliceert dat de verzoekende lidstaat bij een herhaalde aanvraag opnieuw de procedure ter vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat moet doorlopen.
in de zin van artikel 33 Procedurerichtlijn Pro. Artikelen 33 (en 40) Procedurerichtlijn en 30a Vw betreffen eerder inhoudelijk behandelde, afgewezen asielaanvragen, waarvan de beslissingen in rechte vaststaan. De rechtbank verwijst in dit verband mede naar de definitie van ‘volgend verzoek’ in artikel 2 Procedurerichtlijn Pro die luidt: “een later verzoek om internationale bescherming dat wordt gedaan nadat een definitieve beslissing over een vorig verzoek is genomen (…)”. Een ‘definitieve beslissing’ is: “een beslissing of de onderdaan van een derde land of de staatloze de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus wordt verleend overeenkomstig Richtlijn 2011/95/EU, waartegen geen rechtsmiddel meer openstaat (…)” Van het voorgaande is geen sprake in het kader van toepassing van de Dublinverordening en artikel 30 Vw Pro. Immers, de eerdere asielaanvraag is in Nederland niet inhoudelijk behandeld. Blijkens het tweede lid van artikel 30a Vw wordt het besluit een aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren, voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens de Vw gelijkgesteld met een afwijzing. Een dergelijke bepaling voor zover het toepassing van de Dublinverordening betreft, is niet opgenomen in de Dublinverordening en evenmin in artikel 30 Vw Pro, omdat, nogmaals, in dat kader geen (inhoudelijke) ‘afwijzing’ plaatsvindt.
nu beide besluiten strekken tot het onthouden van vorenbedoelde verblijfsvergunning aan de vreemdeling” [onderstreping toegevoegd], slaagt ook dit betoog niet. Immers, noch het besluit van 5 april 2017, noch het bestreden besluit in de onderhavige zaak strekt tot het onthouden van een verblijfsvergunning aan eiser. De besluiten betreffen het niet in behandeling nemen van eisers asielaanvra(a)g(en) (omdat Italië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling ervan). Of al dan niet aan eiser een verblijfsvergunning zal worden onthouden, staat, gelet op het systeem van de Dublinverordening, ter beoordeling van de Italiaanse autoriteiten.
niet in behandeling neemtmet toepassing van artikel 4:6 Awb Pro’, in plaats van dat verweerder de aanvraag
afwijst. Nu de beslissing en overwegingen in het voornemen en het bestreden besluit luiden dat verweerder de herhaalde aanvraag ‘niet in behandeling neemt’, zal de rechtbank dit in het navolgende tot uitgangspunt nemen. Hierbij neemt de rechtbank mede in aanmerking dat wanneer verweerder artikel 30 Vw Pro zou hebben toegepast, en verweerder zou kunnen worden gevolgd in de uitkomst daarvan, dit de beslissing zou zijn geweest. Voorts acht de rechtbank in dit verband van belang dat zowel de onderhavige afwijzing op grond van artikel 4:6 Awb Pro als het niet in behandeling nemen op grond van artikel 30 Vw Pro tot gevolg heeft dat het asielrelaas van eiser inhoudelijk niet is beoordeeld. De rechtbank zal, in het kader van finale geschilbeslechting, dan ook nagaan of aanleiding bestaat de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit in stand te laten.
waaromeen en ander het geval is. Daarbij tekent de rechtbank aan dat de betreffende aanzegging ten tijde van het bestreden besluit nog niet was vertaald, hetgeen in beroep wel het geval was. Daardoor is mogelijk duidelijker geworden wat inhoudelijk aan deze aanzegging ten grondslag heeft gelegen. Voorts is het hierdoor mogelijk geworden te reageren op de stelling van eiser dat uit de aanzegging blijkt dat de Italiaanse autoriteiten in strijd handelen met het refoulementverbod. Verweerder is hierop in het verweerschrift niet ingegaan. De enkele verwijzing naar meergenoemde uitspraak van de Afdeling van 23 oktober 2017 volstaat in dit verband niet, onder meer omdat eiser ter zitting heeft gesteld dat de inhoud van ‘zijn’ aanzegging afwijkt van de aan de Afdeling voorliggende aanzegging.