Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De verdere procedure
- het tussenvonnis van deze rechtbank van 26 april 2017;
- de akte na tussenvonnis, tevens houdende akte wijziging van eis van KPN c.s., met producties 102 tot en met 123;
- de antwoordakte na tussenvonnis van Entropia, met producties 95 tot en met 119;
- de akte uitlating producties van KPN c.s., met (reeds eerder overgelegde) producties.
2.De feiten
3.De gewijzigde vorderingen
4.De verdere beoordeling
De omvang van het verdere debat
“De aansprakelijkheid van Partijen voor indirecte of gevolgschade is uitgesloten. Voorbeelden hiervan zijn winstderving, verlies van gegevens of gemiste besparingen.”Meer subsidiair voert Entropia aan dat TetraNed haar schadevergoedingsvordering te summier heeft onderbouwd.
“In de brief van 4 maart 2015 van KPN B.V. - het is Entropia niet duidelijk of die namens Tetraned is verzonden - wordt een beroep gedaan op de borgstelling van artikel 15.2. Vanzelfsprekend zal Entropia haar verplichtingen nakomen, gelijk haar moedermaatschappij Entropia Digital NV. alle op haar rustende verplichtingen zal nakomen. Dit echter wel op voorwaarde dat Tetraned eerst haar (verbeter)verplichtingen na zal komen, op de eerste plaats door het constructief overleg te voeren gelijk de overeenkomst d.d. 7 juli 2014 bepaalt.”Entropia Digital N.V. betwist evenwel dat zij tot enige vergoeding is gehouden, omdat Entropia B.V. volgens haar niet tot enige betaling aan TetraNed is verplicht.
an sich. Entropia merkt daarbij op dat KPN ook geen berekening heeft overgelegd van het frequentieplan die de berekening van MOBNEXT zou kunnen aantonen.
- ten aanzien van Overeenkomst Tetranetwerk zal de primaire vordering onder (i) worden toegewezen tot een bedrag van € 4.030.252,31, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van ontbinding;
- ten aanzien van de Overeenkomst Semafonie zal de vordering onder (iii) tot een bedrag van € 306.544,57 worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van ontbinding;
- Ten aanzien van de Overeenkomst GVB zal de vordering onder (iv) worden toegewezen tot een bedrag van € 1.934.956,43, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van ontbinding;
- de vordering onder (v) ter zake van buitengerechtelijke kosten zal voor een bedrag van € 21.064,04 worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de dagvaarding.